Agenda

 

Een overzicht van activiteiten die te maken hebben met het land, de taal of de cultuur.


Lees verder...

De statistieken

Vandaag 523
Deze week 954
Deze maand 7998
Sinds 10-2008 2172337

Bijvoeglijke naamwoorden - Eigenskipswurden




Bijvoeglijke naamwoorden worden in het Fries hetzelfde gebruikt als in het Nederlands.

 

- Er is geen verschil tussen enkelvoud en meervoud.

- Er wordt wel onderscheid gemaakt naar predicatief en attributief gebruik van bijvoeglijke naamwoorden.

 

 Attributief betekent dat het bijvoeglijk naamwoord als bijvoeglijke bepaling gebruikt wordt en direct gekoppeld is aan een zelfstandig naamwoord (de aardige man).

Predicatief betekent dat het bijvoeglijk naamwoord via een werkwoord aan een zelfstandig naamwoord gekoppeld is (de man is aardig).

 

Een predicaat is meestal makkelijk te vormen door achter het attribuut een -e te plakken.
nij - nije
āld - ālde

 

Soms wordt de medeklinker verdubbeld om de klinker kort te houden.
grut - grutte

 

 

 

Voorbeelden

De man is aardig De man is aardich
De aardige man De aardiche man
De mannen zijn aardig De manlju binne aardich
De aardige mannen De aardiche manlju
De vrouw is aardig De frou is aardich
De aardige vrouw De aardiche frou
De vrouwen zijn aardig De froulju binne aardich
De aardige vrouwen De aardiche froulju
Het huis is nieuw It hūs is nij
Het nieuwe huis It nije hūs
De huizen zijn nieuw De hūzen binne nij
De nieuwe huizen De nije hūzen
De duif is wit De do is wyt
Een witte duif In wyte do
De duiven zijn wit De dowen binne wyt
De witte duiven De wyte dowen
Het gebouw is oud It gebou is āld
Het oude gebouw It ālde gebou
De gebouwen zijn oud De gebouen binne āld
De oude gebouwen De ālde gebouen
Het boek is groot It boek is grut
Het grote boek It grutte boek
De nachten zijn lang De nachten binne lang
De lange nachten De lange nachten
De kamer is donker De keamer is dūnker
De donkere kamer De dūnkere keamer
De kamers zijn donker De keamers binne dūnker
De donkere kamers De dūnkere keamers







Citaat van de dag

"Te zijn of niet te zijn? Dat is de vraag.
Te wĆŖzen of net te wĆŖzen, dat is de fraach "
- William Shakespeare -
(1564-1616)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?